De drie hardnekkigste mythes over de jacht
Dit zijn de drie hardnekkigste mythes die door het Canadese Ministerie van Visserij en de Oceanen (DFO) over de commerciële zeehondenjacht worden verspreid:
Mythe 1: De zeehondenjacht is humaan.
Uit alle beschikbare bewijsmateriaal, waaronder veterinaire rapporten en waarnemingen door onafhankelijke instanties, blijkt dat elk jaar weer tienduizenden zeehondenbaby's op onaanvaardbaar wrede wijze worden gedood, in flagrante strijd met de eisen die tegenwoordig vanuit het oogpunt van dierenwelzijn aan de jacht worden gesteld.
Jaar in jaar uit rapporteren waarnemers wreedheden als het aan boothaken over het ijs sleuren van levende zeehonden, het neerknuppelen of neerschieten van zeehonden om ze vervolgens te laten creperen, ja zelfs het levend villen van zeehonden. En terwijl alle recente veterinaire rapporten ervoor pleiten om dit leed te verminderen, zijn hun aanbevelingen nog lang niet volledig geïmplementeerd. Er bestaat geen twijfel over dat de door Canada gevoerde commerciële zeehondenjacht nog steeds aanzienlijk en onaanvaardbaar lijden met zich meebrengt.
Mythe 2: De zeehondenjacht is duurzaam.
De door de Canadese regering ingestelde vangstquota's voor zeehonden zijn veel hoger dan wat volgens wetenschappers in dienst van diezelfde overheid als duurzame jacht kan worden beschouwd. Bovendien mogen deze quota's blijkbaar ongestraft worden overschreden. Uit recent wetenschappelijk onderzoek door het IFAW blijkt dat met de huidige beheerstrategie het aantal zadelrobben in de komende 15 jaar wel eens met 70% zou kunnen afnemen.
Het Ministerie van Visserij roept vaak dat de populatie zadelrobben sinds de jaren zeventig is verdrievoudigd. Daarbij gaat men echter voorbij aan het feit, dat tussen 1950 en 1970 de populatie zadelrobben als gevolg van de jacht met maar liefst tweederde was uitgedund. Sinds 1995 wordt weer net zo intensief op zadelrobben gejaagd als in de periode waarin hun populatie tot een kritiek niveau werd uitgedund. Het Ministerie van Visserij erkent nu dat de populatie is afgenomen.
Ook klimaatverandering vormt een nieuwe bedreiging voor de populatie zadelrobben, die de gebieden waar zij hun jongen ter wereld brengen steeds verder zien afbrokkelen. De slechte ijscondities voor de Canadese oostkust leiden tot een hoger dan gemiddelde sterfte onder jonge zeehonden. Volgens schattingen van wetenschappers in dienst van de overheid stierven in 2002 ca. 75% van de pups in de Golf van St. Lawrence doordat er te weinig ijs was. Toen was de jacht nog niet eens begonnen. Toch blijft de regering vangstquota's voor zadelrobben instellen die boven het niveau van duurzame jacht uitgaan en de populatie steeds meer onder druk zetten.
Mythe 3: Er wordt zorgvuldig toezicht en controle op de jacht uitgeoefend.
Tijdens de zeehondenjacht concurreren duizenden jagers met elkaar om in korte tijd een beperkt aantal zeehonden te doden. Het gaat er de jagers om dat ze zoveel mogelijk dieren zo snel mogelijk neerknuppelen of neerschieten. Zodra ze er een hebben geraakt haasten ze zich naar de volgende, zonder te controleren of een zeehond dood is.
Elk jaar weer worden waarnemers van het IFAW geconfronteerd met zeehonden die zijn neergeknuppeld en gewond op het ijs zijn achtergelaten. Vaak bloeden ze hevig, ze janken, ze ademen zwaar en proberen vergeefs zich te verplaatsen. De bewegingen die ze nog maken zijn geen “reflexen” zoals het Ministerie van Visserij beweert, want die zijn door ervaren waarnemers gemakkelijk te herkennen.
Dit Ministerie beweert ook, dat tijdens de jacht in 2006 12 controleurs actief waren. Niet eerder zouden meer mensen voor toezicht op de naleving zijn ingezet. Niettemin mochten jagers in één bepaald gebied ongestraft drie maal zoveel dieren doden als volgens de quota was toegestaan. In werkelijkheid is de totale vangstquota in vier van de afgelopen vijf jaar overschreden.
|